Enneagram roman

ENNEAROMAN

Wat een fantastisch idee om een Enneagram-training van een week te geven in een hotel in de kop van Noord-Holland. Negen mensen zouden de training bijwonen en ook blijven overnachten. De training was bedoeld om een totale verdieping te krijgen in zichzelf en in relaties met anderen. In vijf dagen zouden de negen deelnemers met zichzelf, met hun sterke en zwakke punten, met hun relaties en met elkaar geconfronteerd worden. Het zou een ommekeer in hun leven betekenen. De negen geselecteerde mensen waren allemaal totaal verschillend en vertegenwoordigden de negen enneatypen die het Enneagram kent.

Het hotel lag midden in de bossen en aan de rand van de duinen. Vroeger moet het een gigantisch landhuis geweest zijn, nu was het verbouwd tot een modern hotel. Gelukkig had het zijn oude sfeer weten te bewaren. Op de eerste dag van de training scheen de zon en het beloofde de hele week zo te blijven.
Binnen een half uur was iedereen aanwezig en kon, onder het genot van een kop koffie of thee, het voorstellen beginnen. De Enneagramtrainer Willem Jan van de Wetering liet iedereen in tien minuten tijd zich aan zoveel mogelijk mensen voorstellen. Ze moesten zeggen wie ze waren, waar ze vandaan kwamen, wat ze deden en waarom ze de training wilden volgen.
De ‘één’ was de eerste die opstond en zich naar haar buurvrouw toedraaide om zich voor te stellen. Ellen (enneatype ‘één’) was een vrouw van rond de dertig, die er keurig verzorgd uitzag. Ze had een rood mantelpakje aan met rode pumps en een wit, laag uitgesneden T-shirt onder het jasje. Ellen had een scheiding achter de rug en had daarna een aantal andere relaties gehad, maar deze hadden niet tot enige diepte geleid. Ze wilde deze Enneagram-training volgen om meer inzicht te krijgen in haar relaties tot mannen.
Ellen nam alle tijd om de andere deelnemers te observeren. De eerste aan wie ze zich voorstelde, was ook een vrouw van rond de dertig, Anita (enneatype ‘twee’), getrouwd, ietwat gezet en vlot gekleed in een luchtige jurk. Zij was een gezellige prater en Ellen mocht haar wel.
Henk (enneatype ‘drie’) was een man van 35, keurig gekleed in een Hugo Boss pak met daaronder een T-shirt van Calvin Klein, en hij had keurige schoenen aan. Hij stelde zich voor en zag direct dat hij met Ellen een praatje kon aanknopen, want zo’n mooie vrouw, die duidelijk een goede positie in de maatschappij bekleedde, moest wel interessant zijn. Ellen hield het echter af want meneer was haar iets te gladjes.
De ‘vier’ was een 28-jarige, roodharige schoonheid, Marja, die een iets te uitdagend zwart T-shirt droeg op een strakke, zwarte spijkerbroek met zwarte schoenen. Ze schreed binnen, ervan overtuigd dat ze heel bijzonder was. Ellen bekeek haar en zag door de façade heen dat deze vrouw wel eens een sombere noot zou kunnen laten horen. Die zou haar hulp nog wel nodig hebben.
De ‘vijf’ was al binnen voordat iemand het doorhad. Karel (enneatype ‘vijf’) was een vijftiger, gekleed in een trui en een goed zittende broek, had krullend haar en een vriendelijk gezicht; Een intellectueel, dat zag Ellen zo. Ze voelde dat deze rustige man te vertrouwen was.
Johan (enneatype ‘zes’) was een keurig geklede man van eind dertig. Hij droeg een bandplooibroek, een blauw overhemd en een colbertje. Hij leek een gezellige man, maar met een blik alsof hij het leed van de wereld moest meetorsen, zo las Ellen in zijn ogen.
De ‘zeven’ mocht ze direct. Freek (enneatype ‘zeven’) was een jaar of 38, droeg een veelkleurig jasje, een dure spijkerbroek, een groen overhemd met een dure, felgekleurde stropdas. Freek glimlachte veel en keek vriendelijk en wat uitdagend uit zijn ogen. Ellen wist dat ze met Freek heel goed zou kunnen opschieten. Een man die ze ook direct mocht, was Emiel (enneatype ‘acht’), een forse man, joviale blik, ongeveer veertig jaar en iemand die door zijn verschijning direct de aandacht op zich wist te vestigen. Of was het z’n uitstraling?, dacht Ellen. Emiel had een donkerblauw pak aan, maar de rest van de week zou hij spijkerboeken en polo’s dragen. Gerard (enneatype ‘negen’) was een man van dertig, met krulletjes, niet al te opvallend en hij droeg een mooie trui op een spijkerbroek. Ietwat terughoudend stelde hij zich aan het gezelschap voor en eindigde bij Ellen, naast wie hij ook ging zitten.
Iedereen had zich aan elkaar voorgesteld. Tijd om met de training te beginnen, want het zouden nog spannende en intensieve dagen worden.

De eerste dag van de Enneagram-training zat erop. De negen deelnemers en de Enneagram-trainer verlieten de zaal om zich naar het restaurant te spoeden. De magen rommelden en een heerlijk diner stond te wachten.
Anita (enneatype ‘twee’) zat tussen Ellen (enneatype ‘één’) en Freek (enneatype ‘zeven’). Anita was getrouwd met Willem, directeur van een installatiebedrijf dat zaken deed in vele landen. Ze was een gelukkige vrouw. Ze ondersteunde haar man waar ze kon en was het middelpunt van een groep vrienden en vriendinnen. Velen stortten hun hart maar al te graag bij Anita uit en ze stond hen met raad en vooral met daad terzijde. Ze was door een vriend geïnteresseerd geraakt in het Enneagram. Tijdens een gezellig feestje wist hij haar precies te beschrijven en haar al haar sterke en vooral zwakke punten haarfijn uit de doeken te doen. Daar moest Anita meer van weten. Ze keek eens opzij naar Freek (enneatype ‘zeven’). Een leuke man, dacht Anita. Daar kon ze het wel mee vinden, al had hij een beetje te veel lol en kon ze zijn anekdotes niet allemaal waarderen. Hij praatte ook veel over zichzelf en zijn eigen successen. Maar zijn positieve levenshouding stond haar wel aan. Freek had duidelijk dromen die hij wilde waarmaken.
Aan haar andere zijde zat Ellen (enneatype ‘één’) en Anita raakte met haar in gesprek. Het was haar eerder al opgevallen dat Ellen goed voorbereid aan deze week was begonnen. Ze had een notitieblok bij zich waarop ze aantekeningen had staan, zodat ze haar vragen om een nadere uitleg al klaar had. Ze noteerde alleen zaken die zij van belang achtte. Anita voelde zich op haar gemak bij haar, want Ellen was het type dat haar woord hield. Ze was praktisch en voelde zich verantwoordelijk. Dat ze Anita een paar keer gecorrigeerd had, ervoer ze als niet prettig, maar aangezien ze Ellen mocht, had ze zich er niet rot door gevoeld.
Iets verder zat Karel (enneatype ‘vijf’). Anita vond hem er gewoontjes uitzien. Hij was iemand die erg met zichzelf bezig was en leek beslist geen sociaal type. Hij was gewoon onopvallend, terwijl het best een knappe man was. Hij zei alleen het hoogst noodzakelijke en het resultaat was dat niemand na de eerste dag iets van Karel af wist. Hij zou haar vriend niet worden.
Tegenover haar zat Henk (enneatype ‘drie’), na een hele dag nog steeds keurig in het pak en honderduit pratend. Henk wist wat hij wilde en dat was deze week zoveel mogelijk van het Enneagram te weten te komen, en vooral hoe hij beter met mensen zou kunnen omgaan die hem niet lagen. Hij had een reclamebureau en blijkbaar was dat een groot succes. Anita vond hem zeer energiek en hij maakte een goede indruk. Dat was een man om mee om te gaan, want het succes straalde er vanaf. Ze had al snel door dat je hem beter niet kon bekritiseren, dat vond hij beslist niet prettig. Henk was een workaholic. Hij was die dag al drie keer de zaal uit gelopen om te bellen en tijdens het eten schroomde hij niet om zijn portable ter hand te nemen als hij een ingeving kreeg, of om nog een opdracht aan een medewerker te geven.
Naast hem zat Marja (enneatype ‘vier’), een mooie vrouw tot wie Anita zich aangetrokken voelde, en het duurde dan ook niet lang of ze waren in een gesprek verwikkeld. Ze ontdekte dat Marja styliste was. Zij had eerder veel succes gehad als fotomodel. Marja had gevoel voor kleding en voor uiterlijke schoonheid. Ze zag er tiptop uit en praatte gezellig met iedereen. Ze vond Marja een warme persoonlijkheid die haar direct openhartig allerlei intieme details mededeelde alsof ze elkaar al heel lang kenden. Een makkelijk leven had Marja niet gehad, ondanks het succes. Ze had al veel relaties achter de rug, die allemaal onstuimig waren en even onstuimig geëindigd waren. Wat Anita opviel, was dat Marja heel erg uit de hoogte kon doen tegen anderen en dat ze snel op haar teentjes getrapt was.
Ze werd geëscorteerd door Emiel (enneatype ‘acht’) met wie Anita al een paar keer contact had gehad tijdens de koffiepauzes. Emiel lag haar bijzonder goed. Hij was nadrukkelijk aanwezig en had een natuurlijk overwicht. Als hij wat zei, dan luisterde iedereen. Door zijn zware stem leek ook niemand aan zijn mening te durven twijfelen. Emiel was goedlachs, luisterde goed en stelde precies de juiste vragen. Dat hij de Enneagram-trainer eerst een paar kritische vragen had gesteld alsof hij hem wilde testen, vond Anita prachtig. Hij kwam zeer energiek over en het was iedereen duidelijk dat hij directeur van een tv-productiemaatschappij was. Anita voelde zich tot hem aangetrokken. Ze vond hem een vaderfiguur die haar bescherming zou kunnen bieden.
Tegenover Emiel zat Johan (enneatype ‘zes’). Johan had een eigen bedrijf gehad in geluidsapparatuur, maar werkte nu voor een groter bedrijf als hoofd technische buitendienst. Hij was een gezellige man met leuke verhalen en hij zat ademloos naar Emiel te luisteren. Anita zag direct dat Johan nauwgezet was en een groot verantwoordelijkheidsgevoel had. Zijn getheoretiseer had haar behoorlijk geïrriteerd tijdens deze eerste dag. Hij had iets sarcastisch en testte mensen uit. Hij zou niet haar vriend worden.
Aan het eind van de tafel zat Gerard (enneatype ‘negen’). Gerard zat gezellig te keuvelen. Hij was nieuwsgierig, kon goed luisteren, was aardig en waardeerde het als iemand iets voor hem deed. Anita had koffie voor hem gehaald en dat bracht hem ertoe om haar direct een gevoel van vriendschap te tonen. Hij had haar verteld dat hij ontwerper was. Hij had tevens een uitzendbureau voor grafisch ontwerpers en daarnaast schreef hij verhalen voor tijdschriften. Ze vond hem echter een wat apathische man, niet erg actief en weinig doelgericht.
Het voorgerecht bestond uit een Griekse salade met ijsbergsla, een huisdressing, paprika, tomaat, ui, zonnepitten en geitenkaas. Ellen (enneatype ‘één’) at de salade keurig met mes en vork en met kleine hapjes zonder ook maar iets te morsen. Anita (enneatype ‘twee’) husselde alles door elkaar en at langzaam, genietend van iedere hap. Ze was als laatste klaar. Henk (enneatype ‘drie’) praatte meer dan hij at en zal weinig van de salade geproefd hebben. Marja (enneatype ‘vier’) nam kleine hapjes, steeds met van alles wat er op het bord lag. Karel had zijn mes niet nodig. Snel werkte hij de hele salade naar binnen en terwijl hij met het servet zijn mond afveegde, mompelde hij nog: ‘heerlijk’. Johan praatte wat, lachte wat en at netjes zijn bord leeg, al behoorde hij ook tot de laatsten die klaar waren. Freek at eerst alle stukken salade met hier en daar wat garnering erbij, want hij bewaarde het lekkerste voor het laatst en propte daar z’n mond mee vol. Emiel at efficiënt en zeker genietend zijn salade. Gerard was de stille genieter.
Na een heerlijke hoofdmaaltijd, bestaande uit een tournedos voor de vleeseters en een gevulde aubergine voor de anderen, kwam het dessert: een salade van exotische vruchten met ijs. Iedereen maakte daarna voldaan een wandeling door de duinen. Marja, Freek, Henk, Johan en Emiel bleven nog wat drinken bij de ronde tafel in de bar, de rest ging naar bed want de volgende morgen zou de training om precies negen uur verdergaan.

Om acht uur kwam Henk (enneatype ‘drie’) keurig geschoren en gekleed in een polo van Ralph Lauren en een Hugo Boss broek, opgewekt naar beneden. In het restaurant trof hij Ellen (enneatype ‘één’) al aan. Henk vond Ellen een knappe meid, maar ze had te veel maniertjes en ze wilde alles net even iets te perfect doen. Voor Henk was effect belangrijker dan perfectie.
Ellen zat naast Marja (enneatype ‘vier’), die er zelfs om acht uur ’s morgens, al schitterend uitzag. Henk vond haar niet alleen mooi, maar vooral boeiend. Hij kon geen hoogte van haar krijgen en wilde dat juist wel. Karel (enneatype ‘vijf’) schoof aan. Henk had weinig met deze, in zijn ogen, kleurloze man en besteedde dan ook verder geen aandacht aan hem. Johan (enneatype ‘zes’) was de volgende die voor het ontbijt de zaal betrad. Aardige jongen, dacht Henk, die in Johan een uitstekende vriend zag en zijn humor en gezelligheid wist te waarderen. Emiel (enneatype ‘acht’) kwam natuurlijk met luidde stem binnen. Hem zou je niet snel over het hoofd zien. Henk had ontzag voor de soepele manier waarop Emiel de dingen naar zijn hand kon zetten. Vlak achter hem kwam Freek (enneatype ‘zeven’) al even opgewekt binnen, iedereen begroetend om daarna direct een krentenbol naar binnen te werken. Henk mocht die jongen wel, hij had pit, humor en goede ideeën. Henk bedacht dat hij in de komende dagen eens even verder met Freek zou moeten praten. Daar kon hij nog wat aan hebben.
Iedereen zat al lekker aan de thee en koffie toen Gerard (enneatype ‘negen’) binnenkwam, met slaperige ogen, terwijl hij zich gedroeg alsof hij de eerste was die aan tafel kwam. Henk had al door dat die Gerard een zeer creatief iemand was en hij voelde meteen vriendschap voor hem. Helemaal tot slot kwam Anita binnen, nog niet goed gemutst, want ze wisselde nauwelijks een woord met de anderen. Voor Henk hoefde dat ook niet. Ze reikte hem zonder iets te zeggen de suiker aan en aan dat gebaar had hij genoeg.

Marja (enneatype ‘vier’) bekeek het ontbijt met een glimlach. Ze had het best naar haar zin. De andere deelnemers aan de workshop waren er allemaal serieus mee bezig en van overdreven aandacht had Marja geen last. Ze keek naar Ellen (enneatype ‘één’), een fantastische meid met wie ze het direct goed had kunnen vinden. Die had alles netjes voor elkaar en de workshop goed voorbereid. In de ogen van Marja wist Ellen precies wat ze wilde. Ellen zat keurig en rustig te eten, waarvoor ze ook alle tijd nam.
Ook Anita (enneatype ‘twee’) had ze direct gemogen, een lieve vrouw die voor iedereen klaarstond. Marja moest een beetje lachen om de manier waarop Anita een beschuit naar binnen probeerde te werken. Het ding viel direct in stukjes uit elkaar en alles zat onder de kruimels.
Henk (enneatype ‘drie’) vond ze imponerend. Hij zag er goed uit, was keurig gekleed en had oog voor mooie en dure dingen. Ze wist zeker dat hij goed in sport zou zijn en ook van kunst zou houden. Ze voelde zich wel tot Henk aangetrokken.
Karel (enneatype ‘vijf’) was een ander geval. Ze waardeerde de rust die hij uitstraalde, maar begreep niet dat hij zich niet beter kleedde. Daar zou Marja graag iets aan willen veranderen. Karel sneed ondertussen zijn boterham met kaas keurig in zes stukjes en stak ze een voor een in zijn mond.
Johan (enneatype ‘zes’) zat weer te praten en nauwelijks te eten. Marja vond het een vreemd type, dat steeds mensen om zich heen zocht maar zelden een duidelijk standpunt innam. Nee, dan Freek (enneatype ‘zeven’). De charmeur knoopte een gesprek met haar aan. Ze vond hem best aardig, maar zijn onwaarschijnlijke verhalen geloofde ze niet erg. Hij propte de boterhammen snel naar binnen om vooral veel te kunnen praten.
Emiel (enneatype ‘acht’) straalde power uit en daar hield Marja van, maar tegelijkertijd was ze een beetje bang voor hem. Hij was zo ongenuanceerd en leek weinig rekening te houden met de mening van een ander. Met ferme happen nam hij zijn broodjes tot zich, want eten leek hij tijdverlies te vinden.
Marja vond Gerard (enneatype ‘negen’) een saaie man met wie ze weinig op had. Het stoorde haar, dat te laat komen, z’n bord en bestek niet opruimen en een halve boterham erop achterlaten.
Marja luisterde naar alle verhalen, genoot van een lekker zachtgekookt ei voordat de training zou beginnen, waar nader op de negen enneatypen zou worden ingegaan.

Ellen was op haar tweeëntwintigste getrouwd met Wim. Ze kende hem al vele jaren, want ze waren in hetzelfde dorp opgegroeid. Wat Ellen toen niet wist, was dat zij enneatype ‘één’ en hij enneatype ‘negen’ was. Wim was een verschrikkelijk lieve man die altijd voor haar klaarstond. Ze vond bij hem de huiselijkheid en gezelligheid die ze bij haar ouders gemist had. Haar vader was vrijwel nooit thuis geweest. Hij was chauffeur op een vakantiebus, dus was hij een paar dagen thuis en dan weer weg, naar Spanje, Frankrijk, Italië of Oostenrijk. Wim had al snel een eigen vrachtwagen en hij reed alleen in Nederland en Duitsland. Er kwam een tweede auto en toen een derde. Ellen regelde het kantoor, de administratie, de loonstrookjes en de boekhouding, maar ze zorgde er ook voor dat er opdrachten binnenkwamen. Wim keek op zaterdag alles na als hij thuis was, maar meer omdat het gewoonte was dan dat hij precies wilde weten wat er nu in hun bedrijfje omging. Het begon Ellen steeds meer te storen dat hij niets liever wilde dan met de vrachtauto helemaal alleen op weg te gaan met weer een nieuwe vracht. Als er eens een dag niet gereden hoefde te worden, was hij niet te genieten. Aanvankelijk waren ze nog wel samen dingen gaan doen. Ze fietsten veel, deden een cursus fotografie en Ellen schaafde haar talen bij. Ze sprak al snel vloeiend Duits en Frans. Wim niet. Hij zat wel iedere week in Duitsland en vaak in Wallonië, maar de talen sprak hij niet, geen woord. Wanneer Ellen bleef zeggen dat ze meer leuke dingen moesten gaan doen, werd Wim kwaad. ‘Ik leef mijn leven en wil geen ‘‘leuke’’ dingen doen,’ riep hij dan. Uiteindelijk deed Ellen haar ‘leuke’ dingen alleen. Ze had vriendinnen met wie ze zo nu en dan ging winkelen of eten in de stad. Ze ging met een vriendin naar het theater of naar de film, ze tenniste en had het prima naar haar zin. De avonden dat ze weg was, zat Wim thuis op de bank met een biertje voor de tv. Na een aantal jaren was er geen beweging meer in hem te krijgen. Ellen wilde meer, een groter bedrijf, meer internationale ritten, grotere wagens. Voor Wim hoefde het niet.
Na acht jaar getrouwd te zijn, besefte Ellen dat haar huwelijk voorbij was. Ze leefden langs elkaar heen en hadden niets gemeenschappelijks meer. Wim had zo nu en dan een woede-uitbarsting als hij vond dat ze te weinig in het huishouden had gedaan. Hij deed er zelf niets aan en liet alles achter hem slingeren. Nou oké, de afwas had hij gedaan, tot de vaatwasser kwam. Ellen wilde weg, weg van Wim, weg uit het dorp, weg van de firma. Voorzichtig had ze het nieuws gebracht. Ze stuitte op groot onbegrip. Wim vond echt dat ze een gelukkig stel waren. Een woede-uitbarsting was het gevolg en ze kon direct opsodemieteren. Maar dat zou Ellen nooit doen. Ze wilde de vrede bewaren en als goede vrienden uit elkaar gaan.
Na vier maanden gaf Wim zich gewonnen. Ellen had al vervanging voor het kantoor gevonden en Wim zou zich meer met de firma gaan bezighouden. Ze kon weg. Geruisloos verliet ze het dorp en kocht een flat in de stad, waar ze direct werk vond als vertegenwoordiger in hotelartikelen. Leuk, de mooiste hotels af, een nieuwe auto van de zaak, een eigen inkomen. Ellen zag het helemaal zitten. Maar de avonden duurde wel lang. Haar oude vriendinnen vielen een voor een af en ze voelde zich soms alleen. Een paar korte romances mochten niet in iets serieus uitmonden. Nu wilde Ellen wel eens weten waarom nieuwe relaties niet lukten. Was het haar perfectionisme, was ze te kritisch, wilde ze te veel? Het Enneagram zou uitkomst bieden.

Anita (enneatype ‘twee’) wist al toen ze jong was dat ze er best aantrekkelijk uitzag. Ze had een mooi gezicht, een mooi figuur, al was ze meer volslank dan slank en had ze iets te brede heupen naar haar zin. Een graag geziene vriendin was ze zeker en ze was bij jongens zeer in trek. Maar toen ze Willem ontmoette, was het liefde op het eerste gezicht. Willem was sterk, atletisch, hij wist wat hij wilde en ze voelde dat alles wat hij zou doen een succes zou worden.
Na twee jaar trouwden ze en een jaar later werd hun eerste kind geboren, een zoon. Twee jaar later kwam een tweede kind, een dochter. Ze waren het ideale gezin. Anita organiseerde regelmatig een soiree bij hen thuis, ze had vaak gasten van Willem over de vloer voor een diner en als altijd was iedereen vol lof over de gastvrouw en over de perfecte maaltijden die ze hen wist voor te schotelen. Ze deed het met liefde en plezier. Anita had veel vriendinnen en hield ervan om gezellig uit te gaan of haar vriendinnen thuis te ontvangen.
Willem was altijd druk en zelden thuis. Hij zat regelmatig in het buitenland om onderhandelingen voor zijn bedrijf te voeren. Slapen deed hij nauwelijks en eigenlijk hadden ze een gescheiden leven tezamen. Anita wist niet beter, dus miste ze niets. Zij stond altijd voor hem klaar, net zoals ze klaar stond voor haar vriendinnen als die problemen hadden. Anita bood iedereen hulp.
Ze las eens een boek van de arts Roy Martina en raakte geïnteresseerd in zijn NEI (Neuro Emotionele Integratie) methode. Anita volgde een NEI-basiscursus en was razend enthousiast. Nu kon ze mensen niet alleen helpen door te luisteren en raad te geven, maar ze kon de emoties die achter het problemen lagen, opsporen en wegnemen. Ook Willem raakt gefascineerd door NEI en volgde eveneens de cursus. Hij gebruikte het om het ziekteverzuim in zijn bedrijf omlaag te krijgen. De methode bracht hen veel dichter bij elkaar. Ze ontdekten dat ze veel meer gemeen hadden dan het ondersteunen van elkaar. De relatie werd beter dan hij ooit geweest was en Willem was meer thuis en maakte tijd voor de kinderen en Anita.
Maar Anita wilde meer. Ze wilde niet alleen haar vriendinnen helpen, ze wilde ook weten welk diep mechanisme er aan menselijke contacten ten grondslag lag. Ze kocht het boek van Jorrit Jorritsma over het Enneagram en schreef zich direct in voor een workshop. Want het Enneagram zou haar vertellen waarom ze altijd klaarstond voor een ander en waarom ze zichzelf vaak wegcijferde.

Henk (enneatype ‘drie’) kon terugkijken op een zeer succesvol leven, als hij tenminste de tijd zou kunnen vinden om terug te kijken, maar dat was nu precies waar hij geen tijd voor vrijmaakte. Henk was een sportman in hart en nieren. Op z’n achttiende hockeyde hij al op het hoogste niveau, een carrière die hij snel liet lopen toen hij op zijn tweeëntwintigste bij een reclamebureau in het management terechtkwam. Golf werd zijn nieuwe uitdaging, vooral omdat je daarbij heel goed zaken kon doen. Henk had de gave om mensen met goede ideeën bij elkaar te zetten en ze zo te sturen dat er een briljante campagne voor een klant uitkwam.
In zijn privé-leven had hij enkele relaties gehad met mooie vrouwen, maar na een paar maanden van samenwonen kwam er steeds weer een einde aan. Nu had Henk een relatie met de zeven jaar jongere José, een mooie vrouw, die gezellig en loyaal was. Tijdens de Enneagram-workshop zou hij ontdekken dat ze enneatype ‘zes’ was. Henk vond bij haar de rust die hij soms nodig had. Ze was er altijd voor hem, toonde verantwoordelijkheidsgevoel, gevoel voor humor en ze waardeerde zijn werk enorm. Dat ze de problemen door hem liet oplossen, was hij gewend. Dat hij moest uitkijken om haar gevoelens niet te krenken, kwam hem slechter uit. Waar Henk eveneens moeite mee had, was dat José nieuwe plannen altijd vanuit een negatief standpunt bekeek. Ze zag meteen de onweerswolken en nooit de zon.
Henk daarentegen was een realist. Hij wilde de beste, de grootste worden. Geen wonder dat hij vier jaar geleden niet lang hoefde na te denken toen hij een klein reclamebureau kon overnemen. Een jaar later had hij de meeste klanten van zijn oude werkgever weten over te halen naar zijn bureau over te stappen. Voor een kleine verdraaiing van de feiten had hij zijn hand niet omgedraaid.
Henk was een populaire jongen. Hij wist zich goed te kleden, reed in een BWM, was lid van de beste golfclub en zat in het Effie-bestuur, dat de meest prestigieuze reclameprijzen toekende. Het Enneagram leek Henk een uitstekende methode om meer van zijn klanten te weten te komen en nog beter te kunnen inspelen op hun wensen, verwachtingen en motiveringen. Hij wilde dan ook alles over het Enneagram weten.

Marja (enneatype ‘vier’) zag het een jaar geleden niet meer zitten. Ze was in een diepe depressie terechtgekomen en zat meer thuis te huilen dan dat ze opdrachten kon uitvoeren. Het begon allemaal toen ze haar laatste vriend met wit poeder om de neus en helemaal van de wereld, op haar bank had aangetroffen. Ze had hem naar zijn eigen flat gereden, hem de sleutel van haar huis afgenomen, en al zijn spullen die nog bij haar lagen in zijn gang neergegooid. Het was over en uit. Met coke wilde ze niets te maken hebben. Weer was er een relatie, die innig, intens en heftig was geweest, na twee maanden helemaal over. Ze kreeg daarnaast te horen dat ze een belangrijke klant was kwijtgeraakt en dat een modehuis, waarmee ze veel werkte, haar geen kleding meer kon leveren. Toen klapte Marja helemaal in elkaar.
Marja was een bloedmooie vrouw. Ze kon alles krijgen wat ze wilde, maar ze wist nooit wat ze wilde. Dus werd ze al op jonge leeftijd geleefd door haar omgeving. Altijd bezig en altijd in de weer, maar waarmee eigenlijk? Marja werd fotomodel omdat ze een vriend had die fotograaf was. Ze sierde de covers van grote bladen en werkte in Rome en Parijs. Toen de beste opdrachten uitbleven, wilde Marja niet wachten tot het tij zou keren. Ze was vijfentwintig en wilde nu wel eens iets gaan doen dat ook inhoud had, en zich niet alleen maar bezighouden met uiterlijke schijn en mooi zijn. Ze startte als styliste, want ze had ook nog enige tijd de modeacademie gevolgd. Ze kleedde mensen die daar zelf geen tijd of geen oog voor hadden. Het waren voornamelijk welgestelden die het zich konden veroorloven om Marja voor hen op pad te sturen.
Ze kreeg al snel een relatie met een tv-presentator. Hij bleek toch niet de man van haar dromen te zijn, maar een dwingeland die een mooie vrouw nodig had om zijn imago op te vijzelen. Een aantal andere bruisende en sterke mannen volgden hem op, maar met geen van hen werd het serieus. Ze wilden graag met haar vrijen, met haar uitgaan, met haar pronken, maar naar haar luisteren was er niet bij. Alsof zij geen hersens en geen mening had.
De gebeurtenis met haar laatste vriend, een bekend fotomodel, deed de deur dicht. Nooit had ze gemerkt dat hij coke gebruikte en dat was voor haar echt de grens. Hij was iemand die zelf geen initiatief nam maar altijd wachtte op een opdracht, en die al zijn geld, en de laatste twee weken ook dat van haar, erdoorheen joeg. Nu wist ze waaraan.
Na een half jaar vrijwel niets te hebben gedaan, voornamelijk thuis met de gordijnen dicht te hebben doorgebracht, krabbelde Marja langzaam weer op. Vriendinnen sleepte haar mee, er kwamen leuke opdrachten binnen en ze vond de kracht weer om door te gaan. Maar wat ze nu zo heel graag wilde weten, was waarom ze altijd op hetzelfde soort mannen viel, waarom ze van het grote geluk altijd weer in een diepe depressie terechtkwam en waarom ze geen richting kon geven aan haar eigen leven. De antwoorden hierop wilde ze vinden in het Enneagram.

Karel (enneatype ‘vijf’) vond een intensief seminar als deze Enneagram-training bijzonder interessant. Het gaf hem de mogelijkheid om zich helemaal in het onderwerp te verdiepen en om tevens de andere deelnemers te analyseren. Zo kon hij de kennis direct in praktijk brengen. Karel was hoofd van de boekhouding van een groot bedrijf. Hij had het bijzonder naar zijn zin, want alles draaide in het bedrijf om hem. Er werd nooit iets besteld zonder dat zijn paraaf de offerte sierde. Karel was een hele steun voor de eigenaar van het bedrijf, de enige aan wie hij verantwoording schuldig was. Verder stonden alleen de accountants boven hem, en die zag hij maar twee keer per jaar bij de controle van de boeken. Nog nooit was hij op een fout betrapt. Karel was tweeëntwintig jaar getrouwd met Maribel. Maribel was eveneens boekhoudster en hield een praktijk aan huis. Ze deed de administraties van kleine bedrijven. Voor enkele bedrijfjes deed ze ook de loonadministratie. Voor het de deur uitging, controleerde Karel alles wat ze gedaan had, want hij was secuur en dat waardeerde Maribel heel erg. Ze had die zekerheid van Karel nodig, als extra controle. Vaak voelde ze zich onzeker en was ze bang het niet goed te doen.
Maribel (enneatype ‘vier’) steunde haar man in alles, maar wat ze minder waardeerde, was dat hij niet erg gezellig was, nooit mee wilde naar feestjes en uitgaan zonde van zijn tijd vond. Het enige wat hij naast zijn en hun werk deed, was hockeyen. Iedere zaterdag speelde hij een wedstrijd en dronk daarna met het team tot het begin van de avond een pilsje. Dat was voor hem het toppunt van gezelligheid. Maar wanneer het haar lukte om Karel eenmaal mee te tronen naar een feest, dan vond hij het meestal gezellig en was vaak de laatste die wegging. Hij had dat zetje nodig om de deur uit te gaan. De computer en de cijfers waren echt zijn grootste hobby. Karel kon zich dan ook niet voorstellen dat mensen de hele avond voor de tv hingen. ‘Wat steek je daar nu van op?’ Als hij in de kamer zat, dan las hij liever een boek of keek naar iets dat hem echt interesseerde.
Aangezien hij wel meer aanmerkingen had gekregen op het feit dat hij graag alleen was en zijn eigen boontjes wilde doppen, had hij zich voor deze training opgegeven. Karel had van een collega van een ander bedrijf enthousiaste verhalen over het Enneagram gehoord en hij wilde er nu alles van weten. Niet alleen om zichzelf te ontleden, maar ook om te zien of hij nog beter leiding zou kunnen geven aan zijn mensen.

Het had Johan (enneatype ‘zes’) pijn gedaan dat hij zijn eigen bedrijf moest verkopen. Eerst had hij voor een groot bedrijf in geluidsapparatuur gewerkt als technicus, maar na een paar jaar wilde hij de stap zetten om voor zichzelf te beginnen. Hij zag wat er bij het bedrijf allemaal fout kon gaan en wilde het beter doen. Van de bank kreeg hij geld en enkele afnemers wilden graag met hem mee. Hij had ook twee nieuwe bedrijven gestrikt, dus de omzet voor het eerste jaar was geen enkel probleem. Johan handelde in geluidsapparatuur voor winkelcentra en supermarkten. Daarnaast leverde hij bandjes met achtergrondmuziek en daartussendoor mededelingen en aanbiedingen van de bedrijven. Zijn vrouw Truus nam thuis de telefoon aan en noteerde de klachten en storingen, want daar gingen de meeste telefoontjes over. Ze (enneatype ‘negen’) deed eveneens de bevestigingen voor nieuwe orders de deur uit. Johan zat altijd langs de weg. Hij had een werknemer in dienst die ook bij storingen de bedrijven langsging en samen deden ze de installatie van apparatuur.
De eerste twee jaar waren heel leuk, maar toen ontstonden er problemen. Een paar grote winkelcentra stapten over naar een grote concurrent, de importeur van de apparatuur verhoogde de prijzen en een aantal installaties waren toe aan vervanging omdat er steeds vaker storingen optraden. Dat jaar bleek dat de goedlachse en vaak vrolijke Johan met verlies draaide en zijn zorgen werden groter en groter. Hij zag het niet meer zitten en raakte enorm depressief. Hij werd cynisch, deed kortaf tegen anderen en thuis was hij niet te genieten. Het aanbod van een grote concurrent om zijn bedrijf over te nemen, kwam dan ook als een geschenk uit de hemel. Hij kon zijn faillissement voorkomen en kreeg een goede baan als hoofd buitendienst. De concurrent bleek vooral in twee grote en trouwe klanten van Johan geïnteresseerd om zo haar marktaandeel te kunnen uitbreiden. Als werknemer ontpopte Johan zich weer als de vrolijke man die op vrijdag gezellig met de collega’s ging stappen, die sportevenementen organiseerde en de stemming erin hield. Met zijn chef kon hij niet zo goed opschieten. Zijn baas zag hij zelden en die man mocht hij ook niet. Maar met de collega’s had hij het leuk. Hij kankerde graag op alles wat er mis was in dit bedrijf, vooral als ze weer eens voor niets bij een klus aankwamen omdat een kantoor-klojo de adressen verkeerd had doorgegeven. Johan was van zijn grote verantwoordelijkheid bevrijd en ondanks het feit dat hij zijn bedrijf als mislukking zag, was hij gelukkig met deze baan. Door de Enneagram-training hoopte het bedrijf dat hij flexibeler zou kunnen omgaan met klanten.
Voor Johan telde een tweede punt. Hij wilde weten waarom de relatie met Truus een sleur was geworden. Hij ergerde zich eraan dat ze weinig in huis deed en dat ze niet meer werkte nadat het eigen bedrijf verdwenen was. Truus had veel vriendinnen, ging regelmatig winkelen en hield vooral van leuke dingen. Hij waardeerde haar gezelligheid, want er was zelden een saai moment in hun bestaan. Toch was het een sleur geworden. Verantwoordelijkheden liet ze graag aan hem over. Johan had liever gezien dat ze haar talenten gebruikte. Ze was heel creatief, handig met naald en draad en kon goed schilderen. Maar ze deed er niets mee. Hij zou het antwoord snel vinden.

De grote kracht van Freek (enneatype ‘zeven’) was dat hij goed met artiesten overweg kon. Als directeur van een platenmaatschappij was dat wel nodig ook. De als moeilijk te boek staande artiesten waren voor Freek geen probleem. Zijn wil was meestal wet en de song die hij op cd wilde hebben, werd meestal ook opgenomen. Freek was iemand voor het goede leven. Hij begon iedere dag vroeg, maar nam ruim de tijd voor de lunch. Meestal was het een zakenlunch met een discjockey, een grote afnemer of met een artiest. Ook met de pers was hij heel handig. Gelukkig had hij een uitstekende secretaresse die als een pitbull achter hem aan liep, want Freek beloofde veel, maar vergat vaak zijn beloften in te lossen. Hij had een hekel aan routinedingen die gedaan moesten worden. Alles wat uit te stellen was, kwam op de agenda voor de volgende dag, en de volgende dag. Zijn optimisme en geloof in het product maakte hem geliefd bij zijn personeel. Hij wist iedereen te motiveren en als het even niet lukte met de hits, dan had hij daar simpele verklaringen voor en wist hij zeker dat de volgende cd een joekel van een hit zou worden. Vaak kwam dat nog uit ook. Geen wonder dat hij met de financieel directeur een haat-liefde verhouding had. Freek gaf het geld uit en het gebeurde wel eens dat de verkoop achterbleef, ondanks een dure reclamecampagne. Gelukkig voor het bedrijf was het meestal raak, maar de financiële man bleef de hand op de knip houden, bleef zeuren dat het allemaal goedkoper moest en sloeg Freek met cijfers om de oren. En dat vond Freek nu juist zo’n saai onderwerp, het enige waar hij echt depressief van kon worden.
Freek was ruim tien jaar getrouwd met Annelies (enneatype ‘zes’), die altijd loyaal was geweest en Freek in alles had gesteund. Hij was trots op zijn mooie vrouw, die door iedereen gewaardeerd werd. Maar dat ze thuis niet altijd even gezellig was, wist alleen Freek. Naarmate de jaren verstreken, ging Annelies niet meer mee naar ‘die stomme feestjes’ en naar de diners waar Freek schitterde en waar haar taak beperkt was tot gastvrouw spelen. Vooral als het weer over hits en nieuwe songs ging of als het weer op een verkoopgesprek uitliep, dan had ze het wel gehad. Ze ging liever gezellig met vriendinnen op stap.
Hun relatie bekoelde toen Freek steeds meer alleen op pad ging en helemaal toen hij bijzonder veel aandacht ging besteden aan de bloedmooie en al snel zeer populaire zangeres Patty, het paradepaardje van Freek. Toen Patty een ster werd, was Freek nog maar zelden thuis want hij wilde erbij zijn. De scheiding liet dan ook niet lang op zich wachten, vooral toen de bladen foto’s van Freek en Patty publiceerden en suggereerden dat er meer aan de hand was. Freek trok al snel bij Patty in, maar toen de scheiding tussen hem en Annelies werd uitgesproken, was ook de relatie met Patty over. Patty bleek haar buien te hebben. Tijdens deze workshop zou Freek leren dat zij een ‘vier’ was en dat is in combinatie met een ‘zeven’ best een probleem. Hij woonde nu alleen in een luxe appartement en had het eigenlijk prima naar zijn zin.

Emiel (enneatype ‘acht’) bekeek de wereld door een aparte bril: zijn bril. Al op jonge leeftijd had hij ontdekt dat hij overwicht op anderen had. Dat voordeel buitte hij aardig uit. Emiel genoot van het leven en van de uitdagingen die het leven te bieden had. Hij was op jonge leeftijd al discjockey in de populairste club van het Gooi, hij ging naar de goede school en zijn ouders hadden geld, wat ook een aardig voordeel in het Gooi is. Hij werd productie-assistent bij een omroep toen hij pas eenentwintig was, klom op tot regisseur en daarna tot producer.
Emiel trouwde met een bekende zangeres, Angela (enneatype ‘één’), op wie hij gek was en die hij vooral mooi vond. Zij steunde op hem, vertrouwde op zijn kracht en dankzij Emiel werd ze snel een superster. Emiel werd intussen directeur van een bekende tv-productiemaatschappij. Ook participeerde hij met aandelen in het goed draaiende bedrijf.
Voor Emiel stond werk op de eerste plaats. Actie, daar ging het om. Met een tomeloze energie leidde hij het bedrijf. Voor zijn bekende vrouw had hij minder tijd, maar ze bleef achter hem staan en zorgde ervoor dat ze met hem op de juiste parties verscheen, waardoor Emiel bekender werd en nog meer opdrachten binnensleepte.
Angela had altijd de rol van enneatype ‘twee’ gespeeld. Toen ze echt bekend was en ze minder op Emiel kon rekenen, werd ze een ‘één’. Ze ging perfectionistisch te werk, regelde zelf meer en begon kritiek te leveren op Emiel. Dat stak hem enorm. Hij kon best tegen kritiek, maar niet van zijn vrouw. Dat ze hem steeds minder nodig had en dat het toch goed met haar carrière ging, vond hij ook minder plezierig. Aan de relatie kwam dan ook een eind.
Emiel werkte harder dan ooit tevoren. Hij had een paar ingewikkelde tv-producties lopen, waar hij al zijn aandacht bij nodig had. Hij had een talkshow geproduceerd die iedere avond werd uitgezonden, maar die vanaf de eerste uitzending niet goed liep. Hij moest zelf inspringen om de presentator te begeleiden, de redactie te instrueren en dagelijks het programma te evalueren. Langzaam werd het programma beter. Dat hij een relatie kreeg met zijn secretaresse, was dan ook voor niemand een grote schok. Zij was het die hem met raad en daad terzijde stond, die al zijn privé-zaken regelde en zelfs de scheiding voor hem regelde zodat hij zich helemaal op deze moeilijke klus had kunnen storten. Emiel leefde helemaal op. Hij had een moeilijke kluif waarin hij zich kon vastbijten en kreeg liefde wanneer hij dat nodig had. Het Enneagram had hij ook door zijn secretaresse leren kennen. Zij had een boek van Jorrit Jorritsma gekocht en wilde de training wel vlogen. Nou, het leek hem beter dat hij dat zelf deed, want hij zag direct de grote voordelen als hij deze kennis in praktijk kon brengen.

Gerard hield van gezelligheid. Hij vond het niet erg om ’s avonds thuis te blijven, helemaal niets te doen, met een glas wijn gezellig te keuvelen met zijn vrouw Anne of een goed boek te lezen. Gerard had een ontwerpstudio en maakte de mooiste boekomslagen. Hij werkte aan huis en dat beviel hem goed. Hij had wel een vaste baan gehad, maar daar kwam hij toch minder tot z’n recht. Het gestress om steeds maar weer meer klaar te hebben was hem enorm gaan tegenstaan. Uiteindelijk was Gerard voor zichzelf begonnen en met succes. Hij deelde z’n eigen tijd in. Als hij een klus niet op tijd klaar dreigde te krijgen, moest er even worden doorgewerkt. Vervelend, maar Gerard deed het wel. En als er opdrachten te veel kwamen, nam hij gewoon niet meer aan. Er was tenslotte ook nog iets anders dan werken alleen. Gerard kwam uit een grote familie en hij had de gewoonte dat hij overal langsging als er iets te doen was. Hij reed zijn tante één keer in de week, kwam op alle verjaardagen en praatte iemand uit de put als dar nodig was. Gerard was dan ook een graaggeziene vriend op wie veelvuldig een beroep werd gedaan. Volgens Anne (enneatype ‘drie’) veel te veel en moest hij ook eens NEE durven zeggen, maar dat was het zwakke punt van Gerard. Anne vond dat hij beter meer tijd aan zijn opdrachtgevers kon schenken dan aan die zwalkende familieleden. Zij had trouwens een drukke baan als officemanager van een reclamebureau en ze verdiende goed. Ze was vaak weg, want ook de avondvergaderingen op de zaak woonde ze bij. Zo was het een gelukkig huwelijk waarin ieder zijns weegs ging en als ze bij elkaar waren, dan waren ze innig tevreden. Dat Gerard slordig was, bleef Anne vervelend vinden maar ze wist niet beter. Dat hij soms onverstoorbaar een boek kon lezen en zijn omgeving totaal vergat, was haar ook al jaren bekend. Zo nu en dan porde ze hem weer een beetje op, bracht wat orde in zijn chaos en dan ging Gerard weer als een speer. Ze genoot van zijn gezelligheid en waardeerde het dat hij altijd klaarstond om anderen te helpen of om te bemiddelen bij geschillen en andere problemen. Ze had Gerard gestimuleerd om deze Enneagram-training te volgen, want Anne had het boek gelezen en voelde aan dat dit voor Gerard een fantastisch ontdekkingsreis naar zichzelf zou worden.

Wat een aardige ervaring had Karel (enneatype ‘vijf’) deze dag gevonden. Hij dacht al behoorlijk door te hebben hoe de enneatypen in elkaar staken en zag ook de diepere motivaties van de negen typen. Als hij het hele systeem deze week zou kunnen ontleden, dan zou hij er veel aan kunnen hebben. Maar daarvoor was meer kennis noodzakelijk. Met z’n allen zaten ze rond de open haard, die overigens niet brandde met dit weer. Een vermoeiende sessie moest even ontspannen geëvalueerd worden. Karel bestelde een cognac en ging er eens goed voor zitten. Hij zat tegenover Ellen (enneatype ‘één’) die een Spa besteld had. Karel vond haar iets te eigenwijs. Ze stelde domme vragen in zijn ogen en was niet te stoppen tot ze wist wat ze wilde weten. Hij vond dat het de voortgang maar ophield. Ellen was duidelijk niet zijn type. Anita (enneatype ‘twee’), een glas rode wijn in de hand, kon bij hem ook niet veel goed doen. Dat ze zorgzaam was, waardeerde hij, dat ze met grote interesse luisterde naar de Enneagram-trainer ook, maar dat ze kopjes, schoteltjes en lege sigarettenpakjes maar liet slingeren, dat ergerde hem. De ogen van Karel gingen naar Henk (enneatype ‘drie’) die een calvados besteld had. Hij vond Henk te veel een verkoper. Als het maar mooi, snel en verkoopbaar was. Karel zou wel eens even in zijn boekhouding willen neuzen om te kijken of het werkelijk allemaal zo goed ging als Henk vertelde. Marja (enneatype ‘vier’) kon bij Karel geen kwaad doen. Wat een mooie vrouw en wat een diepgang, dat zag hij in haar ogen. Die Marja had heel wat meegemaakt. Johan (enneatype ‘zes’) mocht hij ook wel. Duidelijk iemand die gezelschap nodig had en daar kon Karel nu precies heel goed zonder, maar toch had Johan iets aandoenlijks. Hij was intelligent en trouw, dat wist Karel zeker. Freek (enneatype ‘zeven’) kon zich heel oppervlakkig voordoen en daaraan ergerde Karel zich. Op zichzelf was Freek wel heel positief en hij had steeds nieuwe invalshoeken om een probleem vanuit te bekijken. Emiel (enneatype ‘acht’) mocht hij graag door de actie die hij tentoonspreidde. Emiel kon een uur luisteren, maar nooit kreeg je de indruk dat hij in slaap gesukkeld was zoals bij Johan of Gerard. Karel vond Gerard (enneatype ‘negen’) weinig boeiend. Een beetje van dit en een beetje van dat; hij had gewoon weinig aanknopingspunten met Gerard.
Na een goed glas ging iedereen naar zijn of haar kamer. Ellen, Anita, Gerard en Johan kleedden zich uit en vielen als een blok in slaap. Henk las nog even zijn aantekeningen door, Marja keek nog een half uurtje naar het slot van een droevig drama op tv, Freek las een stuk in een avonturen roman, Emiel belde zijn secretaresse uit bed of er nog bijzonderheden op de zaak waren geweest en Karel las nog eens het eerste boek van Jorrit Jorritsma door om nog meer over het Enneagram te weten te komen.

De volgende morgen was er even geen workshop, maar stond er een lange wandeling door de duinen en over het strand op het programma. Johan (enneatype ‘zes’) had de avond ervoor nog gedacht dat het wel zou gaan regenen. Het bleek echter stralend weer te zijn. Een andere gedachte die Johan parten speelde was dat ze al pratend wel eens te ver zouden kunnen lopen waardoor iedereen uitgeput terug zou komen. Maar het viel natuurlijk enorm mee. Gezellig babbelend met Gerard (enneatype ‘negen’) en Anita (enneatype ‘twee’) zette hij de pas erin. Hij waardeerde in Gerard dat hij alles zo rustig kon beschouwen, maar toch heel gezellig was. Met Anita had hij niet zo’n band. Ze had iets onderdanigs en toch ook iets dwingends. Dat trok hem in ieder geval niet aan. Toen ze de eerste duinen gepasseerd waren en het pad naar beneden volgden, liep hij opeens naast Freek (enneatype ‘zeven’). Die had natuurlijk weer een leuke opmerking, maar wist toch ook veel over de duinen te vertellen. Zo vertelde hij dat het zand zich iedere dag iets verplaatst waardoor de duinen altijd in beweging zijn. Achter hem hoorde hij Emiel (enneatype ‘acht’), een man tegen wie hij opkeek en voor wie hij ook een beetje bang was. Emiel leek van hem geen tegenspraak te dulden, dus gaf hij die ook niet. Daarnaast liep Henk (enneatype ‘drie’), een man die hij was gaan waarderen. De doelgerichtheid en de durf die Henk had, bewonderde Johan heimelijk. Hij keek om naar Marja (enneatype ‘vier’). Johan wist dat hij de dingen wel eens te zwart bekeek, maar dan die mooie Marja. Zij kon van de ene minuut op de andere het helemaal niet meer zien zitten. Johan werd zelf depressief als hij op zo’n moment met haar praatte. Karel (enneatype ‘vijf’) was de rust zelve. Hij zette Johan er steeds toe aan om wat dieper over een oplossing na te denken. Johan vond hem een interessante en wijze man.
Ze bereikten weer een duintop en nu zagen ze die oneindige vlakte van water: de zee. Ellen (enneatype ‘één’) stond met haar ogen dicht te genieten van de geur en de geluiden van de branding. Haar kritische opmerkingen tijdens de training kon Johan maar moeilijk waarderen. Het kwam cynisch op hem over, maar de anderen leken er geen last van te hebben en hadden er zelfs zo nu en dan om gelachen. Van de duintop af stormde de groep als uitgelaten kinderen naar beneden, de zee tegemoet.

Het waaide heerlijk op het strand. Een warm zonnetje maakte de zaak compleet. De groep zette zich in beweging, richting Den Helder. Het strand was bijna leeg. Hier en daar liepen een paar mensen, maar de groep had het gevoel het hele strand, zover als het zich uitstrekte, voor zichzelf te hebben.
Freek had zijn schoenen en sokken uitgedaan, zijn broekspijpen opgerold en liep door het water dat zich met iedere golf steeds verder probeerde uit te strekken. Freek had het prima naar zijn zin. De afgelopen dagen had hij veel geleerd en van een wandeling als deze genoot hij intens. Hij keek om zich heen en zag Ellen (enneatype ‘één’) lopen. De opmerkingen die zij tijdens de training kon maken, bleken heel vaak raak te zijn. Ze had de gave om de vinger precies op de zwakke plek van iemands betoog te leggen. Hij had gezien dat ze zich ergerde aan Gerard en Anita, die dingen lieten rondslingeren. Ze was netjes en zorgde dat alles opgeruimd was als ze haar plaats verliet. Hij zag hoe ook ze genoot van het strand, al zou zij haar gympen niet snel uitdoen om ook door de branding te lopen. Stel je voor dat er spatten op haar broek zouden komen. Anita (enneatype ‘twee’) waardeerde hij omdat ze zo lief over iedereen moederde, terwijl ze ook heel intelligent uit de hoek kwam en steeds bij de les bleef. Henk (enneatype ‘drie’) mocht hij minder. Die was hem iets te glad en wist alles zo te brengen dat je het wel moest geloven. Karel (enneatype ‘vijf’) wist er vaak met één opmerking doorheen te prikken, hetgeen Henk niet erg waardeerde. Die Karel mocht hij ook wel, bedacht Freek. Een heldere kijk op de dingen, niet opdringerig en vooral rustig en bedachtzaam. Als Freek naast hem zat, werd hij als vanzelf ook rustiger en vergat hij zijn ietwat snoevende verhalen te vertellen. Freek was dol op mooie vrouwen en hij mocht Marja (enneatype ‘vier’) dan ook graag. Maar aangezien Freek zelf vrijwel altijd optimistisch was, begreep hij het absoluut niet dat er momenten op een dag waren dat Marja opeens depressief werd en zelfs even naar buiten moest om weer wat bij te komen. Die stemmingswisseling ervoer Freek als beangstigend. Johan (enneatype ‘zes’) was een goede gozer, vond Freek. Hij was trouw, eerlijk en veranderde zelden van mening. Dat had wel als nadeel dat hij krampachtig aan een eerder ingenomen standpunt vasthield. Met Emiel (enneatype ‘acht’) had Freek ook een goede band opgebouwd. Zijn directheid was soms schokkend en zijn gebrek aan tact eveneens. Maar eerlijk en recht door zee was Emiel zeker. Freek speigelde zich graag aan zijn leiderschap. Met Gerard (enneatype ‘negen’) had hij weinig. Dat te laat komen, nooit iets opruimen, het gezellige gepraat en het begrip voor ieders standpunt ergerde Freek enorm.

Het keerpunt van de wandeling was aangebroken en de terugtocht werd aanvaard. Henk had het allemaal wel gezien en wilde het liefst weer aan de slag met het Enneagram. Ellen genoot van de zon en de zee, Anita vond het gezellig om met iedereen wat te praten. Marja voelde zich opgewekt door het mooie weer en genoot van de aandacht die ze van de groep kreeg. Karel ergerde zich aan het vrijblijvende gepraat van enkelen en wilde het liefst weer aan de slag met de training. Johan was bang dat ze nu te laat zouden komen om nog iets constructiefs te doen en Freek genoot met volle teugen van de zon, de zee en het gezelschap om hem heen, vooral omdat hij alle gelegenheid kreeg om zijn verhalen te vertellen. Emiel liep voorop, zoals het een leider betaamt en gaf hier en daar nog wat tips hoe je het beste een lange wandeling kon maken. Gerard vond het heel gezellig, vooral nu hij lekker langzaam achteraan liep.

Ruim op tijd voor de lunch kwam het gezelschap weer in het hotel aan. Er moest nu snel geluncht worden, want de Enneagram-trainer wilde niet al te veel tijd verliezen. Om één uur zat iedereen weer in de cursuszaal en kon het tweede deel van de dag beginnen. Emiel (enneatype ‘acht’) keek eens om zich heen, terwijl Jorrit Jorritsma een verder verdieping van het Enneagram liet zien in relatie tot je relatie. Ellen had op Emiel een goede indruk gemaakt. Ze zou een perfecte assistente voor hem zijn maar nooit een goede partner. Haar kritische opstelling was leuk als hij haar baas was, maar hij voelde dat het uit de hand zou lopen als ze partners zouden zijn. Anita was een ideale vrouw. Ze zou altijd voor hem klaarstaan, ze was aantrekkelijk en intelligent. Daar zou hij alleen maar plezier van hebben. Henk vond hij een fantastische man. Vooral als verkoopdirecteur zou hij het uitstekend doen. Emiel betrapte zich erop dat hij mensen alweer zat in te delen naar een functie, maar zo was hij nu eenmaal. Marja was goed als creatieve kracht, op de ontwerpafdeling of als klantenadviseur, maar als vrouw zou hij er nerveus van worden. Karel mocht hij wel. Een uitstekende boekhouder en een betrouwbare partner in de zaak, zo schatte hij hem in. Johan was een ideale werknemer. Niet te veel vragen en gewoon doen. Iedere kritische vraag van Johan kon hij met bluf zo van tafel vegen. Freek was een prima vent, optimistisch, goede ideeën en een charmeur die het als afdelingshoofd of manager uitstekend zou doen. Gerard schatte hij in als een goede onderhandelaar die de weg voor Emiel zou kunnen vrijmaken om deals af te sluiten. Het was een uitstekend gezelschap. Nu hij iedereen even een plaats in zijn denkbeeldige organisatie had gegeven, kon hij zich weer met alle aandacht op de training richten.

Gerard (enneatype ‘negen’) zat ietwat onderuit gezakt met de voeten over elkaar, te luisteren naar de Enneagram-trainer. Hij vond het mateloos interessant nu ze waren aangekomen bij de onderlinge relaties. Gerard had voor zichzelf al een aardig idee van de enneatypen en kon het onderscheid in deze groep goed zien. Ellen vond hij een fantastische vrouw. Ze was punctueel, heel netjes gekleed en had alles goed georganiseerd. Hij was heimelijk jaloers op haar. Gerard miste die kwaliteiten nu eenmaal. Een vrouw als Ellen zou hem enorm versterken en hij wist dat ze zeker vrienden zouden blijven. Anita vond hij iets te druk, te gezellig en te doenerig. Hij werd nerveus van haar. Hij bewonderde iemand als Henk. De doelgerichtheid, de netheid, en de mooie kleren waardeerde hij in hem. Dat was nu eens een prima persoon om in je nabijheid te hebben. Marja lag hem minder goed. Ze was ontegenzeggelijk mooi en maar straalde iets arrogants uit dat Gerard juist zo tegenstond en haar stemming, daar was geen peil op te trekken. Iemand als Marja zou hem niet erg liggen in zijn dagelijkse omgeving. Karel was punctueel, netjes en onopvallend aanwezig. Hij zei weinig, maar wat hij zei was altijd raak. Maar met een ‘vijf’ had hij ook al weinig binding, zo bedacht Gerard. Johan was een man naar zijn hart. Loyaal, trouw, aardig en gezellig. Een sociaal type en zo iemand kon Gerard in zijn omgeving goed gebruiken. Het zou hem versterken in zijn eigen sociale gedrag. Freek was een persoon met wie hij niets had. Die charmeur had hem te veel grote verhalen en kwinkslagen. Volgens Gerard waren al die verhalen verzonnen. Hij zou moe worden van zo’n druk persoon die zich de hele dag liep te bewijzen. Emiel daarentegen mocht hij direct. Actiegericht, atletisch, sterk, duidelijk iemand die van aanpakken wist. Gerard liet zijn ogen nog eenmaal over de hele groep gaan en realiseerde zich dat hij al aardig inzicht in het Enneagram begon te krijgen.