Wie heeft de grootste invloed op jou?

De invloed van je ouders op jouw gedrag is groot. Doordat mijn vader jong overleed weet ik niet wat voor man hij was. Ik ben al heel jong uit huis gegaan. Eerst in een kostgezin, zoals je toen nog had, daarna op een internaat en al jong op kamers gegaan. Dus de invloed van mijn ouders is minder groot, vermoed ik. Maar wie is dan zo invloedrijk op mij geweest dat ik dat gedrag gekopieerd heb? Ik was dertien toen in een paar maanden bij de dominee in het dorp waar we toen woonden terechtkwam. Gek genoeg weet ik niet eens of hij getrouwd was want een vrouw in huis staat me niet meer bij. Geen enkele herinnering heb ik aan haar. Die dominee was de eerste man waar ik dagelijks mee te maken kreeg, sinds de dood van mijn vader. Hij bracht mij de regels van het leven bij. Mijn moeder wilde graag dat hij mij wat tucht bijbracht, want ik was een beetje losgeslagen. Ik hield me niet zo aan regels. Wat hij mij vooral leerde wat het gebruik maken van je talenten. Hij leerde mij om me ergens in te verdiepen. Hij liet me lezen. Niet woorden herkennen en zinnen kunnen ontleden, nee, hij leerde mij de woorden achter de woorden te zien. Wat wil de schrijver duidelijk maken. Hij was geabonneerd op de NRC, toen nog een aparte krant. De NRC was de meest elitaire krant voor intellectueel Nederland. De eerste dagen las ik alleen de korte stukjes. Maar hij bracht me bij wat er werkelijk van belang was in de krant. Ik las de analyses, de columns en na een paar weken las ik de hele krant. Ik was fan van de NRC. Ik begreep de zinnen en begreep waarom er moeilijke woorden nodig waren om precies die nuances duidelijk te maken die de schrijver voor ogen had. Toen wist ik dat ik journalist wilde worden. Vanaf dat moment deed ik m’n best op school, maar dan vooral met de talen. De wiskundekant boeide me totaal niet. Goede cijfers haalde ik dus alleen voor Nederlands en Engels. Zelf Frans boeide me, maar voor Duits had ik geen enkele aanleg, zo leek het. Op mijn 15de stapte ik naar de Enkhuizer Courant en vertelde de hoofdredacteur dat ik journalist wilde worden. ‘Zo jongen, waarom wil je dat?, vroeg hij. Ik legde uit dat ik de kracht van het woord wilde gebruiken om mensen te laten weten wat er echt van belang is in de wereld. Die avond zat ik al bij een vergadering om een verslag van tien regels te maken. De volgende dag stond mijn eerste bijdrage in de krant. Wat was ik trots. Schrijven doe ik nog steeds, al 54 boeken en vele artikelen en columns lang. Dus wie het meeste invloed had was de dominee waarvan ik zelfs de naam vergeten ben. Vier maanden verbleef ik in zijn huis en die vier maanden maakte het talent in mij los.

Willem Jan van de Wetering