Politiek en economie gaan niet samen

De politiek bestuurt de economie. Geld is al heel lang een politiek instrument. De banken, aangestuurd door de politiek, bepalen de waarde van geld. De politiek is gericht op economische groei. Want economische groei betekent meer belasting inkomsten en meer werkgelegenheid. Dus is het goed voor iedereen. Als bedrijven meer winst maken betalen ze ook meer belasting. Als meer mensen werken hebben minder mensen een uitkering en betalen ze over hun inkomen meer belasting. Ook geven mensen die werken meer uit dus weer goed voor de economie. Dat lijkt een logisch plaatje. Maar meer economische groei betekent ook dat het ten koste van iets moet gaan. Als bedrijven moeten broeien moeten ze dus meer verkopen en meer omzet maken. Daardoor krijgen ze hogere winsten. Veel bedrijven weten hun winsten aardig weg te sluizen of af te kalven waardoor er dus helemaal niet zoveel aan belasting betaald zou moeten worden als het hoort. De meer omzet komt van consumenten want uiteindelijk betaalt de consument de prijs. Dus wat men meer verdient geeft men weer uit zodat bedrijven meer winst maken. Hoe lang kan dat goed gaan? Niet lang dus want de rek is niet eeuwig.
Politiek is een hachelijke zaak. De kwaliteit van politici op lokaal niveau is niet best. Goede mensen uit het bedrijfsleven of uit maatschappelijke beweging en zelfs uit consumenten, gaan de politiek niet in. Omdat er vanuit de regio weinig goede mensen komen zitten er uiteindelijk in de kamer ook niet de toppers die verstand hebben van langs economische vooruitgang. Een goed politicus is blijkbaar iemand die weinig zegt met veel woorden. Wie bepaalt dan hoe het land geregeerd wordt. Het zijn de topambtenaren die iedere vier jaar een nieuwe minister krijgen die een jaar nodig heeft om in te werken, een jaar werkt en dan al weer bezig is met de herverkiezing. Dit is het verhaal wat op ministeries de ronde doet. Het is dus veel ego, veel partijpolitiek, veel compromis en veel praten. Andere partijen die de economie bepalen zijn de banken en machtige internationale bedrijven.
Je hebt nu een beeld.
Ik kan veel voorbeelden geven, maar die laat ik maar even achterwege.
Het gaat namelijk om het volgende.

Als de politiek de economie bepaalt kan het in deze tijd niet lang goed meer gaan. De politiek heeft de banken gered van de ondergang. Dat was geen slimme zet want de bankdirecteuren en de top hebben er weinig van geleerd. Alles gaat weer gewoon door.
Omdat eigenlijk iedereen wel weet dat dit niet door kan gaan, maar niemand er iets aan doet omdat allen die er belang bij hebben maar doorgaan zolang ze er geld aan verdienen, gaat het maar door. De verandering kan maar van één kant komen: de burger.
Er zijn nu een aantal economen die zich laten horen en met alternatieven komen. Zij zien dat rechts bedrijven wil bevoordelen om hen meer winst te laten maken waarover belasting wordt geheven. Ze zien dat links werknemers meer wil laten verdienen zodat ze meer te besteden hebben. Beiden zijn even kortzichtig. Daarbij haat economische groei ten kosten van arme landen en van het milieu. Die nieuw economen komen met voorstellen om tot een herverdeling te komen van geld. Door arme landen meer te betalen krijgen die meer inkomen dat ze kunnen steken in lokale projecten om zelf een redelijk bestaan te hebben. De winsten gaan dan niet naar de grote bedrijven want die betalen meer voor arbeid in arme landen. Als iedereen in dit land ieder jaar hetzelfde blijft verdienen en mensen die geen werk hebben aan werk worden geholpen door de winsten van bedrijven om te zetten in projecten waar anderen een zelfstandig inkomen uit kunnen krijgen los je aardig wat problemen op. De consument hoeft dus niet meer dingen te kopen die ze toch eigenlijk niet nodig hebben en de bedrijven die dat verkopen hoeven dus niet meer te produceren want alle prijzen blijven toch gelijk. Het is toch. Reeks dat er in Nederland een enorm tekort aan werkkrachten is in techniek, zorg, tuinbouw, industrie. Kinderen worden opgeleid in computer techniek, apps ontwikkelen, interne bedrijven op te zetten. Weinigen willen een vak leren waarin je met je handen werkt. Ook hier is het raar verdeeld en sluiten scholing en behoeften vanuit het werkveld niet op elkaar aan. Het zou zo simpel zijn om dat recht te trekken.
Dit is een utopie want er zijn altijd bedrijven die willen groeien en meer winst willen dus alles zullen doen om dat voor elkaar te krijgen.
Een mogelijkheid om de economie los te koppelen van de politiek is Cryptocurrency. Deze munten gelden als ruilmiddel en worden zonder tussenkomst van de overheid en banken gebruikt. De consument en de industrie regelen dus onderling hun betalingen. Ideaal want overheid en banken staan buitenspel. Als mensen zich in coins laten betalen gaat het buiten iedereen om. Een mooie start.

Nu kom ik op het Enneagram. Het Enneagram is een weergave van de stroming van universele energie. En nagezien geld energie is kan het Enneagram misschien enige duidelijkheid verschaffen.

Het allereerste wat het Enneagram laat zien is dat er een sterke behoefte is aan veiligheid. Mensen willen zich veilig voelen. Geld biedt veiligheid. Als de politiek aan de ene kant geeft en aan de nadere kunt neemt is dat niet veilig want je stimuleert dat men meer geld wil omdat je eventuele tegenvallers aan belastingen anders niet op kunt vangen.
Wat goed zou zijn is om iedereen een basis inkomen te geven dat weliswaar laag is mar waar geen belasting op geheven hoeft te worden. Aangezien dit echt om een minimum inkomen gaat worden mensen gestimuleerd om te gaan werken en over dat extra inkomen wordt dan belasting geheven.

Het tweede wat mensen nodig hebben is verbinding. Verbinding binnen hun gemeenschap, binding met collega’s en bazen en binding met hun werkzaamheden of product. Als bedrijven zich daarop richten us het doel dus niet meer winst, maar werk tevredenheid. Als de werknemer leuk werk heeft met leuke collega’s nemen ze zelf meer verantwoordelijkheden. Regelen ze onderling veel zaken en kan je middenmanagement al behoorlijk verminderen waardoor er behoorlijke besparingen optreden. Daarbij maken deze werknemers vaak meer omzet.

Het derde wat mensen nodig hebben is Zelfstandigheid en dat komt voort uit veiligheid en verbinding. Als woongemeenschappen meer zelfstandigheid krijgen gaan ze onderling meer regelen. Als werknemers dat krijgen verhoogt dat de productiviteit.

Het vierde is eenheid. Het is de balans tussen het Ik en de Ander. Iedereen wil gelijkwaardigheid en eenheid in relaties. Vaak is de ander veel belangrijker voor je dan jij zelf. Voor anderen is het Ik veel groter dan de ander. Er hoort balans te zijn om werkelijk in je kracht te kunnen staan. Zolang de balans zichzelf veel belangrijker vinden dan hun klanten en zolang de politiek de burgers niet net zo belangrijk vindt als zichzelf of als bedrijfsdirecties is er geen eenheid. Als burgers zichzelf belangrijker maken of juist denken toch geen invloed te hebben is er geen sprake van eenheid. Iedereen wil respect, affectie, begrip, waardering en die vindt je in eenheid.

De vijfde stap is Openheid. Als iedereen volledig open zou zijn, als er geen verborgen agenda’s zouden zijn, als iedereen zou doen wat er afgesproken wordt gaat het goed. Dan is een open economie mogelijk en bepaalt de markt het zelf. Dan bepalen jij en ik of we meer geld uit willen geven aan spullen, of dat we tevreden zijn met wat we hebben en we open en eerlijk met elkaar omgaan. Als bedrijven dat doen kunnen werknemers en leidinggevenden samen werken aan een duurzame samenwerking.

De zesde is verantwoordelijkheid. Als iedereen de verantwoordelijkheid neemt voor wat hij zelf doet heeft meer vrijheid om te doen wat hem goeddunkt en wat beter is voor het bedrijf.

De zevende stap is vrijheid. Iedereen is voelt zich vrij om alles te geven wat in je zit. De vrijheid om je te uiten, te overleggen, je mening te geven en aan te pakken zoals jij denkt dat het moet.

Ben ik een idealist? Jazeker.
Wordt dit ooit realiteit? Misschien blijft het een droom.
Maar er zijn een aantal bedrijven in de wereld die dit toepassen. Middelmanagement is weg, meer verantwoordelijkheid bij de werknemers, openheid, eenheid, zelfstandig werken, verbinding met elkaar en het bedrijf en veiligheid. Het resultaat is dat ze meer succes hebben.